Voelen, hoe doe je dat eigenlijk?
Voelen klinkt heel vanzelfsprekend. Toch is het best lastig om uit te leggen wat je dan precies doet.
Je merkt bijvoorbeeld dat iets je bezighoudt. Een gesprek blijft door je hoofd gaan. Je voelt je onrustig of je bent sneller geïrriteerd. Misschien weet je precies wat er gebeurd is en kun je goed uitleggen waarom het je raakt.
Maar als je jezelf vervolgens afvraagt: Wat voel ik eigenlijk? kan het ineens een stuk lastiger worden.
Waar moet je dan op letten? Hoe weet je wat je voelt? En hoe merk je verschil tussen verdriet, boosheid, spanning of iets anders?
We gebruiken het woord voelen voor allerlei dingen.
Je voelt dat je koude handen hebt, honger hebt of moe bent. Je kunt je verdrietig, opgelucht, boos of onzeker voelen.
En soms zeggen we: Ik voel dat ik iets verkeerd heb gedaan, terwijl dat eigenlijk vooral een gedachte of conclusie is.
Wanneer je beter wilt leren voelen, kan het helpen om eerst eens te kijken naar wat er op dat moment in je lichaam gebeurt.
Misschien merk je spanning rond je buik. Druk op je borst. Een brok in je keel. Je kaken staan strak, je gezicht wordt warm of je ademhaling verandert.
Soms is het veel minder duidelijk. Je voelt vooral onrust, zwaarte of een soort ongemak waarvan je nog niet goed weet wat het betekent.
Ook prettige gevoelens kun je in je lichaam merken.
Je krijgt een berichtje van iemand die aan je denkt en voelt iets warms rond je borst. Na een spannend gesprek merk je dat je schouders langzaam zakken. Je hoort goed nieuws en krijgt ineens zin om iets te gaan doen.
Al die kleine veranderingen geven informatie over wat er in je gebeurt.
Voelen kan beginnen met opmerken wat er op dit moment in je lichaam gebeurt.

Je lichaam geeft voortdurend signalen
Het waarnemen van signalen van binnenuit je lichaam wordt interoceptie genoemd.
Je merkt bijvoorbeeld dat je hart sneller klopt, dat je maag vol zit, dat je dorst hebt of dat je ademhaling verandert. Ook spanning, warmte, kou, druk en een zwaar of juist licht gevoel horen daarbij.
Je lichaam geeft de hele dag door dit soort signalen. Je bent je daar alleen lang niet altijd bewust van.
Wanneer je druk bezig bent, ligt je aandacht vooral bij alles wat er om je heen gebeurt. Je werk, andere mensen, je telefoon, afspraken, boodschappen of dingen die nog geregeld moeten worden.
Je lichaam reageert hierop.
Iemand zegt iets wat je raakt en je ademhaling verandert.
Je denkt aan een lastig gesprek en voelt je buik aanspannen.
Je krijgt een fijne boodschap en merkt dat er iets van spanning wegzakt.
Soms merk je dat meteen. Soms pas veel later.
Hoe herken je daar een emotie in?
Stel dat je enthousiast iets vertelt.
De ander kijkt ondertussen op haar telefoon en begint daarna over iets heel anders.
Je merkt dat je keel strak wordt en dat er spanning rond je borst ontstaat. Misschien denk je: Ze heeft helemaal geen belangstelling.
Je wordt stiller en hebt weinig zin meer om verder te vertellen.
Wanneer je daar even bij stilstaat, herken je misschien teleurstelling. Je had iets willen delen en hoopte dat de ander met je mee zou leven.
Maar het kan ook boosheid zijn. Of verdriet. Soms zijn er meerdere gevoelens tegelijk.
Bij boosheid wil je misschien iets zeggen of afstand nemen. Bij angst kun je de neiging voelen om weg te gaan of extra op te letten. Bij verdriet kun je stiller worden of behoefte krijgen aan contact.
Dat gebeurt allemaal razendsnel en meestal zonder dat je eerst rustig bekijkt wat er precies aan de hand is.
Soms weet je meteen: Ik ben boos.
Pas daarna merk je hoe strak je kaken staan.
Hoe kun je beter leren voelen wat er in je lichaam gebeurt?
Het helpt om eerst alleen op te merken wat er is.
Zonder meteen te bedenken wat het zou moeten betekenen.
Je kunt jezelf bijvoorbeeld vragen:
Wat merk ik nu?
Voelt iets strak, zwaar, warm, koud, drukkend, onrustig of juist ontspannen?
Waar voel ik dat ongeveer?
Verandert het wanneer ik er even aandacht aan geef?
Je hoeft daar nog geen antwoord als verdriet of boosheid aan te koppelen.
Daarna kun je kijken naar wat er net gebeurde.
Waar was je mee bezig?
Wat werd er gezegd?
Welke gedachte kwam er bij je op?
Wat had je op dat moment willen doen?
Je hoeft niet altijd precies te weten wat je voelt
Soms kom je voorlopig niet verder dan:
Er zit spanning.
Of:
Dit voelt onprettig.
Dat is ook informatie.
Je hoeft niet meteen het juiste woord te vinden.
Misschien wordt pas later duidelijk dat je teleurgesteld was. Of dat je je afgewezen voelde. Soms blijft het gewoon wat vaag.
Voelen kan heel subtiel zijn.
En er hoeft ook niet altijd iets vervelends te zijn.
Je kunt net zo goed eens opmerken hoe je lichaam voelt na een fijn gesprek. Of wanneer je buiten loopt. Wanneer je iets hebt afgerond waar je blij mee bent. Of wanneer je bij iemand bent bij wie je je prettig voelt.
Misschien ademt het gemakkelijker. Misschien voelt je gezicht zachter. Je merkt meer ruimte in je borst of gewoon een prettig gevoel zonder dat je precies weet waar het zit.
Ook dat hoort bij leren voelen.
Wat heb je eraan?
Hoe beter je die kleine veranderingen leert herkennen, hoe eerder je kunt merken wat een situatie met je doet.
Je merkt misschien eerder dat een opmerking je raakt.
Dat je gespannen wordt wanneer iemand iets van je vraagt.
Dat je al moe bent terwijl je hoofd zegt dat je nog best even door kunt.
Of dat contact met iemand je juist goed doet.
Je lichaam geeft daarmee geen kant-en-klaar antwoord op wat je moet doen.
Wel krijg je meer informatie over wat er op dat moment in je gebeurt.
En dat kan helpen wanneer je wilt onderzoeken wat je nodig hebt of hoe je ergens op wilt reageren.
Voelen kan heel eenvoudig beginnen.
Niet met precies weten wat er aan de hand is.
Wel met af en toe even stilstaan en opmerken:
Wat gebeurt er eigenlijk in mij, op dit moment? Wat voel ik?
Wil je leren om signalen van je lichaam en je gevoelens eerder te herkennen? Je bent van harte welkom voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.
Plan hier een gratis kennismakingsgesprek




