Waarom vechten tegen je gevoel meer spanning geeft
- Hartverblijdend

- 8 jun
- 3 minuten om te lezen
Vervelende gevoelens willen we meestal zo snel mogelijk weer weg hebben. We drukken ze weg, of negeren ze.
Daardoor ontstaat er vaak ongemerkt een gevecht met alles wat je voelt. En juist dat gevecht levert de meeste spanning op. Niet zozeer het verdriet, de boosheid of de schaamte, maar het gevecht ertegen roept de meeste spanning op.
Je merkt bijvoorbeeld dat je gespannen bent en denkt meteen:
“Doe normaal.”
“Waarom voel ik me zo?”
“Ik moet me niet zo aanstellen.”
“Ik moet hier vanaf.”
Of je gaat juist analyseren, oplossingen zoeken, afleiding zoeken of nog harder je best doen om jezelf weer onder controle te krijgen.
Dit kost heel veel energie en vaak gaat je lichaam er ook nog pijn van doen, omdat je lichaam strak trekt bij verzet, zich aanspant.
Wat ik veel terug hoor van cliënten, is dat het erkennen van hun gevoelens vaak een grote eyeopener is. Dat het opluchting geeft wanneer ze stoppen met vechten tegen wat ze voelen. Dat het veroordelen van hun eigen gevoelens juist veel spanning geeft.

Het wegduwen van gevoelens is heel menselijk, alleen niet helpend.
Ik herken dit ook bij mijzelf. Soms vind ik een bepaald gevoel vervelend.
Wanneer ik bijvoorbeeld geïrriteerd raak of boos word door een situatie, merk ik soms nog steeds de neiging om dat weg te duwen of ervan te vinden dat het er niet zou mogen zijn, dat ik beter moet weten.
Het verschil is alleen dat ik daar tegenwoordig anders naar probeer te kijken. Niet meer als iets slechts, maar als een signaal. Dan kan ik juist blij zijn dat ik het opmerk, omdat ik er daardoor minder in blijf hangen.
Soms legt dat ook een onderliggend gevoel bloot. Het gevoel van afwijzing of het gevoel er niet bij te horen. Oude gevoelens uit mijn jeugd, die dan ineens de kop opsteken.
Het gaat er niet om dat je nooit meer spanning, irritatie, verdriet of onzekerheid voelt. Het gaat er meer om hoe je ermee omgaat wanneer het er is.
Je kunt bijvoorbeeld verdriet voelen én tegelijk vinden dat je zwak bent.
Je kunt moe zijn én tegelijk vinden dat je door moet gaan.
Je kunt spanning voelen én tegelijk boos worden op jezelf dat je het niet gewoon aankunt.
Daardoor blijf je eigenlijk voortdurend vechten tegen wat er in jezelf gebeurt.
Vechten tegen je gevoel geeft vaak meer spanning dan het gevoel zelf. Juist het verzet tegen wat je voelt kost veel energie.
Dat betekent niet dat je eindeloos in je gevoelens moet blijven hangen. Of dat je alles maar moet accepteren. Het gaat er meer om dat je leert herkennen wat er in jezelf gebeurt, zonder er direct tegen te vechten.
Veel mensen zijn gewend om meteen iets te doen zodra spanning opkomt.
Oplossen, doorgaan, eten, denken, afleiding zoeken, voor anderen zorgen of controle houden.
Nieuwsgierig leren kijken naar jezelf geeft meer rust dan jezelf voortdurend corrigeren of veroordelen.
Je kunt jezelf bijvoorbeeld het volgende afvragen:
Wat voel ik eigenlijk?
Waar merk ik spanning in mijn lichaam?
Wat gebeurt er nu in mij?
Wat heb ik op dit moment nodig?
Wat probeer ik misschien weg te duwen?
Kan ik hier even bij blijven zonder het direct op te lossen?
Automatische patronen kunnen pas veranderen wanneer je ze echt durft aan te kijken, zonder ze direct weg te duwen of jezelf ervoor te veroordelen.



