top of page

Waarom beter slapen al overdag begint

Wanneer slapen niet goed lukt, kijk je vaak naar wat je in de avond anders kunt doen. Toch begint een goede nachtrust al veel eerder op de dag.


Herken je dit?


Je ligt in bed. Je bent moe, misschien zelfs uitgeput. De dag is voorbij en je hoopt dat je lichaam eindelijk tot rust komt.


Maar zodra het licht uitgaat, lijkt je hoofd juist actiever te worden. Gedachten blijven komen, je lichaam voelt onrustig of je ligt naar het plafond te staren terwijl de slaap maar niet komt.


Het kan ook zijn dat je gewoon in slaap valt, maar rond drie of vier uur ineens klaarwakker wordt en niet meer verder kunt slapen.


Illustratie van een vermoeide vrouw die ’s nachts wakker in bed ligt, terwijl de klok drie uur aangeeft.

Misschien probeer je in de avond allerlei dingen uit om beter te kunnen slapen.


Je drinkt een kop kruidenthee, legt je telefoon eerder weg of probeert op tijd naar bed te gaan.


Een goede nachtrust begint al voordat je je hoofd op het kussen legt. Beter slapen begint overdag, door je lichaam tussendoor de kans te geven om terug te schakelen.


Je schakelt aan het einde van de dag niet zomaar ineens over van wakker zijn naar slapen. Je lichaam bereidt zich daar de hele dag op voor.


Tijdens een gewone dag gebeurt er vaak meer dan je beseft.


Je voert gesprekken, beantwoordt e-mails, probeert alle ballen in de lucht te houden, rijdt van afspraak naar afspraak en gaat steeds weer door naar het volgende.


Vaak zonder dat er een moment is waarop je lichaam echt even kan terugschakelen.


Dat hoeven geen grote of ingrijpende gebeurtenissen te zijn. Juist de kleine dingen vragen voortdurend iets van je.


Een lastig telefoontje, haast om op tijd te zijn, een volle agenda, een gesprek dat meer energie kost dan je had verwacht of steeds opnieuw moeten schakelen tussen verschillende taken.


Zo’n moment op zichzelf is geen probleem, als je lichaam daarna weer de kans krijgt om tot rust te komen.


Maar wanneer die momenten zich de hele dag blijven opstapelen zonder dat er tussendoor ruimte is voor herstel, bouwt je lichaam ongemerkt steeds meer spanning op.


Je kunt het vergelijken met een emmer waar steeds een klein beetje water bij komt. Een klein scheutje maakt weinig verschil. Maar als er niets uit de emmer kan lopen, raakt hij uiteindelijk vol. Dan is er nog maar weinig nodig voordat hij overloopt.


Vaak merk je dat pas wanneer de dag voorbij is. Je bent moe, maar je lichaam voelt nog helemaal niet alsof het klaar is om te slapen. Je staat nog helemaal aan.


Dat is niet zo vreemd.


Overdag maakt je lichaam cortisol aan. Dit hormoon helpt je om wakker en actief te zijn. Richting de avond daalt de hoeveelheid cortisol en neemt de aanmaak van melatonine toe. Daardoor wordt je lichaam voorbereid op de nacht.


Wanneer je langere tijd onder spanning staat, blijft je zenuwstelsel actiever dan nodig is. De overgang naar rust verloopt dan minder soepel en ook het natuurlijke ritme van cortisol en melatonine kan verstoord raken.


Normaal begint cortisol pas in de vroege ochtend weer te stijgen. Bij langdurige spanning kan dat te vroeg gebeuren. Je schrikt dan wakker omdat je lichaam denkt dat de ochtend al is begonnen.


Juist daarom zijn herstelmomenten overdag zo belangrijk.


Niet omdat je de hele dag ontspannen moet zijn. Dat is helemaal niet realistisch. Ons lichaam is juist gemaakt om af te wisselen tussen inspanning en herstel.


Overdag zijn er best momenten waarop je even niets lijkt te doen. Toch betekent dat niet altijd dat je lichaam ook tot rust komt.


Je eet je lunch achter je computer terwijl je nog even je e-mails leest. Of je zit even op de bank, maar ondertussen scrol je door het nieuws of beantwoord je nog snel een paar appjes.


Het voelt misschien als een pauze, maar voor je brein en je zenuwstelsel is het vaak nog steeds een moment waarop er van alles verwerkt moet worden.


Een herstelmoment hoeft helemaal niet lang te duren. Het gaat er vooral om dat je lichaam even de kans krijgt om terug te schakelen.


Dat kan al door een paar minuten rustig in en uit te ademen of even uit het raam te kijken. Zo geef je je zenuwstelsel de kans om terug te schakelen van actie naar herstel.


Die momenten lijken klein, maar ze geven je lichaam steeds opnieuw het signaal dat het niet voortdurend alert hoeft te blijven.


Zo hoeft je lichaam 's avonds niet ineens vanuit de hoogste versnelling terug te schakelen naar volledige rust. Dit heb je overdag al een aantal keer gedaan.


Een goede nachtrust begint niet pas wanneer je in bed stapt. Die begint met de manier waarop je gedurende de dag omgaat met inspanning en herstel.


Vraag jezelf geregeld af:

Hoeveel herstelmomenten heb ik mijn lichaam vandaag gegund?


Hoe vaker je overdag ruimte maakt voor kleine momenten van herstel, hoe gemakkelijker je lichaam ook ’s avonds tot rust kan komen.

bottom of page