top of page

Waarom je gedrag niet verandert, ook al weet je wat je zou moeten doen.

Herken je dit?


Je weet inmiddels best waarom je doet wat je doet en ook wat je zou kunnen doen om het anders te doen.


Je begrijpt dat je snel verantwoordelijkheid naar jezelf toetrekt en dat je iemand anders kunt vragen om je te helpen of iets over te nemen.


Dat je moeilijk nee zegt en dat je je beter zou voelen wanneer je dat wat vaker doet.

Dat je streng bent voor jezelf.

Dat je vaak doorgaat terwijl je eigenlijk rust nodig hebt.


Misschien heb je er boeken over gelezen, podcasts geluisterd of gesprekken over gevoerd.


En toch merk je dat je steeds opnieuw hetzelfde doet, zelfs wanneer je je er op dat moment bewust van bent dat je iets beter wel of niet kunt doen.


Je zegt weer ja, terwijl je eigenlijk nee wilt zeggen.

Je blijft doorgaan terwijl je lichaam eigenlijk om rust vraagt.

Je trekt opnieuw alle verantwoordelijkheid naar jezelf.


Of je schiet weer in de irritatie, terwijl je je had voorgenomen rustig te blijven.

Je voelt je er behoorlijk gefrustreerd over.


Misschien denk je dat je nog meer inzicht nodig hebt of blijf je er maar over nadenken in de hoop dat je het daardoor anders gaat doen.


Je weet namelijk best wat de uitkomst is. Waarom lukt het je dan toch niet om het anders te doen? Soms voelt het bijna alsof je erbij staat en ernaar kijkt.


Het gebrek aan inzicht is dan niet het probleem.


Veel van de patronen die je wilt veranderen, zijn niet gisteren ontstaan. Misschien heb je jarenlang geleerd om je aan te passen, verantwoordelijkheid te nemen of vooral door te gaan.


Dat gedrag heeft je ooit iets opgeleverd. Misschien voorkwam het conflicten. Misschien gaf het je het gevoel dat je erbij hoorde of dat je het goed deed.


Wanneer je dan ineens iets anders gaat doen, kan dat ongemerkt spanning oproepen. Je zenuwstelsel reageert namelijk vaak automatisch op wat vertrouwd is.


Wat vertrouwd voelt, voelt voor je lichaam veiliger dan iets nieuws. Je weet immers nog niet wat je kunt verwachten.


Gedrag verandert daardoor niet zomaar, ook al weet je met je verstand dat het beter voor je zou zijn.

Als je voor het eerst nee zegt, kun je je schuldig voelen. Wanneer je eerder rust neemt, kun je het gevoel krijgen dat je tekortschiet. Als je niet direct voor een ander klaarstaat, kan er onrust ontstaan zonder dat je precies begrijpt waar die vandaan komt.


Je hebt dan niet alleen te maken met de drukte van de dag, maar ook met de spanning die hoort bij het loslaten van een oud, vertrouwd patroon.


Hoe sterk zo'n patroon naar voren komt, hangt niet alleen af van hoe lang het bestaat.

Ook de toestand van je zenuwstelsel speelt mee.


Bij sommige mensen lukt het op rustige momenten best om een grens aan te geven of eerder rust te nemen. Op andere momenten lukt dat ineens veel minder goed.


Bij anderen is een oud patroon zo sterk geworden dat het bijna altijd automatisch gebeurt.


Alles wordt lastiger wanneer je door de dag heen voortdurend bezig bent met alles wat op je afkomt.


Je schakelt tussen je werk en je gezin, hebt te maken met tijdsdruk, bent misschien kritisch op jezelf of piekert over van alles.


Je systeem is dan al druk genoeg.


Wanneer je zenuwstelsel voortdurend in een staat van alertheid verkeert, reageer je veel sneller automatisch. Je aandacht gaat naar wat op dat moment belangrijk lijkt.


Er is minder ruimte om bewust stil te staan bij wat je eigenlijk graag zou willen doen.


Dat betekent niet dat inzicht onbelangrijk is, maar begrijpen en veranderen zijn niet hetzelfde.


Hoe kun je het jezelf gemakkelijker maken om nieuw gedrag stap voor stap meer eigen te maken?


Maak de stappen niet te groot en wil niet te veel tegelijk.

Bekijk wat je wilt veranderen in kleine stapjes.


Als nee zeggen nog te groot voelt, kun je bijvoorbeeld beginnen met: "Ik denk er even over na." Of: "Ik kom er later op terug."


Je kunt ook situaties vooraf in gedachten oefenen. Stel je bijvoorbeeld voor dat je nee zegt en merk op wat er dan in je gebeurt.


Misschien voel je spanning, schuldgevoel of onrust. Probeer dat gevoel niet direct weg te maken, maar laat het er even zijn.


Wanneer je dit regelmatig oefent, kan een nieuwe manier van reageren langzaam vertrouwder gaan voelen, ook al heb je het in de praktijk nog niet gedaan.


Hier kan hartcoherentie je goed bij helpen. Je helpt met je ademhaling je lichaam om meer rust en veiligheid te ervaren.


Daardoor ontstaat er vaak meer ruimte om bewust te kiezen hoe je wilt reageren, in plaats van automatisch terug te vallen in wat je altijd deed.


Omdat je dit met je ademhaling doet, kun je het overal toepassen. Tijdens een spannende situatie, maar ook wanneer je alleen al merkt dat je gedachten op hol slaan.


Hoe vaker je oefent en je lichaam meer rust ervaart, hoe vertrouwder die toestand kan worden.


Illustratie van dezelfde vrouw die eerst geconcentreerd aan het werk is en later ontspannen buiten zit. De afbeelding laat zien hoe meer rust in je lichaam kan helpen om anders te reageren op situaties.

Verandering ontstaat meestal niet doordat je nog meer begrijpt, maar doordat je lichaam steeds opnieuw ervaart dat een andere manier van reageren ook veilig kan zijn.


Dat betekent niet dat je nooit meer stress hebt.

Of dat je nooit meer geïrriteerd raakt.


Wel kan het gemakkelijker worden om op te merken dat de spanning oploopt en eerder bij te sturen.


Daardoor ontstaat er ook meer ruimte om de inzichten die je al had daadwerkelijk toe te passen.


Dat kun je ook merken aan je energie. Automatisch blijven aanpassen, piekeren of doorgaan kost veel energie.


Wanneer je eerder kunt bijsturen, hoeft je lichaam minder lang in die verhoogde staat van alertheid te blijven.


En begrip voor jezelf helpt hier enorm bij. Dat haalt vaak al een deel van de spanning weg.


Inzicht helpt je begrijpen waarom je doet wat je doet.


Oefenen helpt je lichaam ervaren dat het ook anders kan.

 

bottom of page