Waarom stress je lichaam uit balans brengt en wat je eraan kunt doen
- Hartverblijdend

- 17 feb 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 jul
Stress kan je lichaam uit balans brengen, ook wanneer er geen grote problemen zijn.
Je hebt een drukke dag achter de rug. Er was niets ernstigs aan de hand, maar je hebt veel geregeld, een paar lastige gesprekken gevoerd, tussendoor nog snel boodschappen gedaan en thuis wacht er ook nog van alles.
Aan het einde van de dag voel je dat je moe bent, maar ontspannen lukt niet echt. Je schouders staan strak, je gedachten blijven doorgaan en misschien merk je dat je sneller geïrriteerd bent dan anders.
Hoe kan het dat een gewone dag zoveel invloed heeft op je lichaam?
Dat heeft alles te maken met je autonome zenuwstelsel.
Zonder dat je erover nadenkt, zorgt je autonome zenuwstelsel er de hele dag voor dat allerlei belangrijke processen blijven doorgaan.
Je hart klopt, je ademhaling past zich steeds aan, je bloeddruk verandert wanneer dat nodig is, je lichaam houdt je temperatuur op peil en je spijsvertering doet zijn werk.
Dat gebeurt allemaal automatisch.
Daarnaast houdt je zenuwstelsel voortdurend in de gaten of een situatie veilig voelt of dat er actie nodig is. Ook dat gebeurt grotendeels zonder dat je je daarvan bewust bent.
Je kunt het vergelijken met een gaspedaal en een rempedaal.

Je autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen die voortdurend met elkaar samenwerken.
Wanneer er iets gebeurt dat jouw aandacht vraagt, wordt het gaspedaal actiever.
Je lichaam maakt zich klaar om in actie te komen.
Je hartslag stijgt, je spieren spannen zich aan en ook je ademhaling past zich aan. Je gaat sneller en hoger ademen, vooral in je borst. Sommige mensen houden hun adem ook ongemerkt vast.
Wanneer de situatie weer veilig voelt, neemt het rempedaal het geleidelijk over.
Je hartslag daalt, je ademhaling wordt rustiger en je lichaam krijgt weer ruimte om te herstellen.
De hele dag door schakelt je lichaam tussen deze twee.
Waarom heeft stress zoveel invloed op je lichaam?
Misschien denk je bij stress aan grote gebeurtenissen, maar je lichaam reageert ook op veel kleinere dingen.
Denk aan een volle agenda, haast, steeds onderbroken worden, een lastig gesprek, piekeren, het gevoel dat je tekortschiet of voortdurend bezig zijn met wat er allemaal nog moet gebeuren.
Voor je lichaam maakt het niet uit waardoor die spanning ontstaat. Het merkt vooral dát er spanning is en past zich daarop aan.
Je spieren krijgen extra aandacht, zodat je snel kunt bewegen.
Tegelijkertijd krijgen processen die op dat moment minder belangrijk zijn tijdelijk minder aandacht.
Je spijsvertering vertraagt bijvoorbeeld en ook herstel en onderhoud van je lichaam krijgen even een lagere prioriteit.
Voor een korte periode is dat helemaal niet erg. Sterker nog, het helpt je juist om goed te kunnen reageren.
Het probleem ontstaat wanneer je lichaam nauwelijks meer de kans krijgt om terug te schakelen.
Stresshormonen zoals adrenaline en cortisol helpen je om alert te blijven.
Dat is nuttig wanneer dat tijdelijk nodig is. Maar wanneer spanning zich blijft opstapelen en herstelmomenten uitblijven, kan je lichaam moeite krijgen om weer tot rust te komen.
Dat merk je vaak niet alleen aan je gedachten, maar ook aan je lichaam. Je slaapt minder goed, voelt meer spanning in je nek of schouders en reageert sneller geprikkeld.
Ook kun je over hetzelfde probleem blijven nadenken, steeds dezelfde rondjes draaiend. Daarnaast kan je concentratie afnemen en kun je je tegelijkertijd moe én opgejaagd voelen.
Het zijn allemaal signalen dat je lichaam al een tijdje in een hogere staat van paraatheid staat.
Hoe eerder je die signalen leert herkennen, hoe eerder je ook kunt voorkomen dat de spanning verder oploopt.
Je lichaam kan opnieuw leren om makkelijker terug te schakelen naar een toestand van herstel.
Hartcoherentie kan daarbij een waardevolle ondersteuning zijn.
Met een rustige ademhaling die dieper en langzamer is dan je normale ademhaling, breng je je hartslag en ademhaling meer met elkaar in balans.
Bij HeartMath wordt daar over het algemeen een ritme van ongeveer vijf seconden inademen en vijf seconden uitademen gebruikt.
Je geeft je lichaam daarmee een duidelijk signaal dat het veilig genoeg is. Hierdoor wordt het gemakkelijker om te ontspannen en te herstellen.
Hoe vaker je dat oefent, hoe gemakkelijker je lichaam leert schakelen tussen inspanning en herstel. Daardoor voel je je weer veerkrachtiger.



