top of page

Waarom positief denken lastig wordt als je spanning oploopt

Ken je van die dagen dat je hoofd vooral bezig is met wat er mis kan gaan?


Alles lijkt ook echt tegen te zitten. Je bent er chagrijnig van.


Je blijft hangen in problemen, risico's of dingen die nog moeten gebeuren.


Eigenlijk zou je alles graag wat luchtiger willen bekijken en genieten van de dag, maar ondertussen blijf je gefocust op wat er allemaal mis kan gaan.


Veel mensen geven zichzelf daar de schuld van. Het kan ook zijn dat je het niet eens opmerkt, omdat dit best vaak gebeurt. Misschien vind je ook wel dat je positiever zou moeten denken, maar weet je niet hoe je dat voor elkaar kunt krijgen.


Wanneer spanning oploopt, schakelt je lichaam over naar een staat van alertheid. Een deel van je hersenen wordt dan steeds actiever in het opsporen van mogelijke risico's en gevaren.


Dit systeem heeft iedereen. Het is gemaakt om ons veilig te houden en in leven te houden.


Stel je voor dat je in een gebouw bent waar brand uitbreekt. Je krijgt dan een enorme focus om jezelf zo snel mogelijk in veiligheid te brengen en misschien ook nog de mensen om je heen. Je moet goed zien wat er allemaal mis kan gaan en zorgen dat je een veilige route ontdekt.


Dan is het handig dat je niet eerst gaat nadenken over je vakantie of wat je vanavond gaat eten.


Je aandacht moet op dat moment gericht zijn op wat belangrijk is: veiligheid.


Je hersenen zijn gebouwd om gevaar op te merken en ervoor te zorgen dat je in leven blijft. Dat heeft ons duizenden jaren geholpen om te overleven.


Alleen gaat dit mechanisme ook aan wanneer je veel stress hebt.

Je lichaam kent geen verschil tussen stress door te veel hooi op je vork en daadwerkelijk gevaar.


Illustratie van een vrouw met een vol hoofd en piekergedachten

Daardoor ga je automatisch meer letten op wat er mis kan gaan dan op wat er goed gaat.


Misschien herken je dat je blijft nadenken over een lastig gesprek. Of dat je wakker ligt van iets wat nog moet gebeuren. Of dat je tien dingen ziet die niet goed gaan, terwijl je nauwelijks opmerkt wat wel goed gaat.


Dit komt doordat je lichaam in een staat van verhoogde alertheid staat.

Je blik wordt smaller en je krijgt een soort kokervisie. Je aandacht richt zich vooral op mogelijke problemen. Alsof je vastzit in een situatie.


Creatieve oplossingen zijn dan vaak ver te zoeken.

Relativeren wordt moeilijker en oplossingen zien lukt vaak ook minder goed.


Als je bijvoorbeeld erg druk bent op je werk of thuis met de kinderen, moe bent en je hoofd vol zit, wil je vaak alleen nog maar rust.


Dan maakt iemand een opmerking en schiet je direct in de irritatie. Of je hebt het gevoel dat toch alles mislukt.


Had je een ontspannen dag gehad, dan was je reactie waarschijnlijk heel anders geweest.


Positief denken als je spanning oploopt is vaak ontzettend lastig. Je lichaam blijft in de alarmstand staan en richt zich vooral op mogelijke problemen.


Hoe sneller je leert spanning op te merken, hoe eerder je er iets aan kunt doen. Juist wanneer het nog relatief eenvoudig is en je lichaam nog niet in de hoogste staat van paraatheid staat.


De eerste signalen van spanning zijn vaak klein. Een ademhaling die wat hoger zit, schouders die zich aanspannen of een ongemakkelijk gevoel.


Wanneer je dat doorhebt, kun je direct een verschil maken. Je kunt even stoppen en voelen hoe je erbij zit. Een paar keer bewust ademhalen. En een heel groot verschil kun je maken door simpelweg te erkennen dat je gespannen bent.


Vechten tegen een gevoel geeft nog meer spanning, vandaar dat het erkennen van het gevoel zo belangrijk is.


Ik begeleid je graag bij dit proces. Iets wat je altijd al deed veranderen is soms lastig, maar heel goed mogelijk.

bottom of page